Automatische market makers: bereken wat een swap oplevert
Een automatische market maker ruilt activa met een prijsregel en beschikbare liquiditeit. Hij belooft niet voor elk token in je order de laatste marktprijs. Leer waarom een grotere swap zijn eigen prijs verandert en hoe je de offerte controleert.
Je taak: een eenvoudige swap berekenen, prijsimpact en slippage onderscheiden en de minimale ontvangst controleren.
Een swap verandert de pool waartegen je handelt
Vooraf: 1.000 A + 1.000 B
In deze denkbeeldige pool zonder kosten met constant product geldt x × y = 1.000.000. De eerste marginale prijs is 1 B per A. A en B zijn voorbeeldtokens, geen aanbevelingen.
Transactie: voeg 100 A toe
De A-reserve stijgt naar 1.100. Voor hetzelfde product wordt de B-reserve 1.000.000 ÷ 1.100 = 909,09. De handelaar krijgt het verschil: ongeveer 90,91 B.
Achteraf: een andere prijs
De gemiddelde uitvoering is 0,9091 B per A. De nieuwe marginale prijs is circa 0,8264 B per A. Geen van beide is de oorspronkelijke 1-op-1-prijs. Grotere swaps ten opzichte van de diepte bewegen de prijs sterker.
Stappenplan: gebruik het model om de offerte te controleren
Herken de route
Controleer netwerk, tokencontracten en de pools van de router. Eén transactie kan meerdere pools passeren of over routes worden verdeeld. Niet elke DEX gebruikt een AMM en niet elke AMM deze formule.
Lees de werkelijke kosten
Vergelijk input, verwachte output, poolkosten, prijsimpact en netwerkkosten. Bij 0,3% inputkosten telt in het voorbeeld slechts 99,7 A mee in de prijsberekening, goed voor circa 90,66 B. Werkelijke tarieven hangen af van pool en versie.
Stel een zinvolle grens
Lees minimumontvangst en eventuele transactiedeadline. Slippagetolerantie staat afwijking van de offerte toe; ze verwijdert niet de al opgenomen prijsimpact. Controleer goedkeuringen apart en wijs onverwachte walletverzoeken af.
Rekenvoorbeeld: output is de reserveverandering
Voor input Δx is de output zonder kosten y − k ÷ (x + Δx). De 90,91 B is ongeveer 9,09% minder dan de 100 B bij een constante 1-op-1-prijs. Dat is de prijsimpact van de transactie zelf. Slippage is het verschil tussen offerte en echte uitvoering. k begrenst het reserveproduct, niet de dollarwaarde; stortingen, opnames en achtergehouden kosten kunnen het veranderen.
Drie shortcuts die verkeerd uitpakken
Totale TVL als diepte gebruiken
Geconcentreerde liquiditeit werkt binnen prijsbereiken: hoge TVL kan inactieve posities omvatten. Gewogen pools en pools voor stabiele activa gebruiken andere curves. Gebruik de actuele uitvoerbare offerte, niet deze vereenvoudigde formule voor elke pool.
Tolerantie verhogen om een slechte prijs te repareren
Hogere tolerantie staat een slechter resultaat toe, maar verbetert geen liquiditeit. Vergelijk een andere route of kleiner bedrag, inclusief alle kosten. Splitsen via een onveranderde pool verwijdert de cumulatieve impact niet vanzelf.
Denken dat arbitrage eerlijkheid garandeert
Handelaren kunnen via prijsverschillen poolprijzen naar andere markten toe bewegen. Dat is een prikkel, geen garantie. Weinig liquiditeit, kosten, vertraging en transactievolgorde kunnen een offerte ongunstig maken of blootstellen aan MEV.
Oefening: vergroot de order
Zet de pool zonder kosten terug op 1.000 A en 1.000 B. Ruil 250 A. Hoeveel B komt eruit, wat is het gemiddelde B per A en welk minimum volgt uit 1% tolerantie op de offerte?
Toon de redenering
Nieuwe B-reserve: 1.000.000 ÷ 1.250 = 800. Output: 200 B. Gemiddelde: 200 ÷ 250 = 0,8 B per A. Met 1% tolerantie is het minimum 198 B. Het verschil van 20% met de eerste spotprijs bestaat al vóór die tolerantie.



